Duurzaamheid wordt gedefinieerd als "Een ontwikkeling waarbij in de huidige behoeften wordt voorzien zonder het vermogen van komende generaties om in hun behoeften te voorzien aan te tasten". Deze definitie hanteren we als richtlijn bij al ons werk op het gebied van duurzaamheid.Ref - Brundtlandt-rapport “Our common future” (1987)
Het doel van SCA is om meerwaarde te creëren voor de aandeelhouders van de onderneming, de levensstandaard en levenskwaliteit van de werknemers te verhogen en bij te dragen aan het economische, sociale en milieuwelzijn van onze klanten, leveranciers en de landen waarin de onderneming actief is. SCA legt sterk de nadruk op hernieuwbare en recyclebare grondstoffen en streeft ernaar milieuvriendelijke producten en diensten aan te bieden. Deze producten en diensten moeten kunnen voldoen aan de behoeften van de klant en consument op het gebied van functionaliteit, economie, veiligheid en invloed op het milieu. Beleidsverklaringen:
De tijden veranderen en daarmee ook de manier waarop we nadenken over onze producten en hoe ze geproduceerd worden. Om een goed beeld te krijgen van een product moeten we rekening houden met alle stadia die een product in zijn levenscyclus doorloopt. Dat betekent dat we gegevens verzamelen vanaf de winning van de grondstoffen (bijv. olie, steenkool, hout) en vervolgens ook rekening houden met alle andere factoren van de levenscyclus van het product; de productie, fabricage, het transport, het gebruik door de consument, en de afvalverwerking. Met deze benadering, "van de wieg tot het graf";, voorkomen we dat we de milieubelasting van het ene deel van de levenscyclus naar een ander deel overhevelen.
Om de levenscyclus van een product te bestuderen, hanteren we een methodologie die Life Cycle Assessment (LCA) wordt genoemd. Dat is een methodologie die algemeen aanvaard wordt door de industrie en de regelgevende autoriteiten. In de ISO-normen 14040 - 14044 staan de principes en het kader voor de uitvoering van een LCA beschreven.
Wij voeren al meer dan tien jaar regelmatig LCA's uit op de producten van TENA. In het begin van de jaren 90 hebben we een interne LCA- database opgezet en nu starten we voor elk nieuw product een LCA op, als integraal onderdeel van het ontwikkelingsproces.
Uit de resultaten van alle LCA's blijkt duidelijk dat de productie van grondstoffen de zwaarste belasting voor het milieu met zich meebrengt. Daarom is het van groot belang dat we de materialen in onze producten zo efficiënt mogelijk gebruiken, zonder de functie van het product te beïnvloeden. We moeten ook constant in dialoog blijven met onze leveranciers.
Bij SCA beoordelen we de milieu-effecten van al onze producten met de Life Cycle Assessment (zie hierboven). Zo krijgen we een veel breder perspectief van de milieu-effecten van een product en kunnen we ook garanderen dat ons ontwikkelingswerk verantwoord is. De resultaten van de LCA kunnen worden gebruikt voor een soort milieukenmerk dat Environmental Product Declarations (EPD) wordt genoemd. Een EPD is een internationaal keurmerk dat is gebaseerd op de internationale ISO 14025-norm. We stellen bovendien milieu-factsheets samen voor alle productgroepen, waarin de producten en materialen worden beschreven. Een deel van de gegevens daarvoor is afkomstig van de LCA's.
Wij zijn van mening dat een doeltreffende logistiek een essentieel onderdeel is van ons milieubeleid. We streven er voortdurend naar onze logistiek te ontwikkelen en te verbeteren door:
De verpakking moet goed functioneren om de integriteit en de kenmerken van het product te behouden. Als een product wordt beschadigd en niet kan worden gebruikt, zijn de energie en het werk die zijn gestoken in de productie verspild. In Europa moet de verpakking voldoen aan de EG-richtlijn betreffende verpakkingen.
In de meeste landen van Europa is de producent verantwoordelijk voor de inzameling en recycling van het verpakkingsmateriaal. De onderneming die het product en de verpakking op de markt brengt is er dus financieel verantwoordelijk voor dat het op de meest milieuvriendelijke manier wordt hergebruikt. De inzameling en recycling wordt doorgaans uitgevoerd door non-profitorganisaties en aangegeven met een logo op de verpakking, bijvoorbeeld de Green Dot.
SCA houdt zich in vrijwel alle Europese landen aan het Green Dot-systeem. Dat betekent dat we het hergebruik van onze verpakkingsmaterialen integraal financieren. We zien er ook op toe dat we de intenties van de EU-richtlijn betreffende verpakkingen en verpakkingsafval vervullen bij onze productontwikkeling en de keuze van leveranciers en grondstoffen.
De incontinentieverbanden in het TENA-assortiment bestaan doorgaans uit de volgende materialen: een absorberende kern, die een combinatie is van fluffpulp en superabsorberende polymeer, een doorlatende non-woven laag en een polyethyleenfolie of ademende barrièrelaag.
Deze lagen worden vervolgens aan elkaar gelijmd en er worden verschillende voorzieningen om lekkage te voorkomen aan toegevoegd, zoals elastische vezels in de lengte en taillebandelastiek. Er zijn ook verschillende manieren om de producten te bevestigen, met tape, band of haken en ogen.
FluffpulpFluffpulp wordt gemaakt van hout en bestaat uit cellulosevezels. Het is een hernieuwbare en bioafbreekbare natuurlijke grondstof, die doorgaans meer dan 50% van het gewicht van het product uitmaakt. Om een zo groot mogelijk absorptievermogen te verkrijgen wordt de fluffpulp gebleekt in een proces waarbij geen chloor wordt gebruikt (Elementary Chlorine Free of ECF).
Superabsorberend polymeer heeft de vorm van kleine witte deeltjes, die zeer grote hoeveelheden urine kunnen absorberen en vasthouden. Deze polymeer is een gecrosslinkt polyacrylaat en wordt gemaakt van olie.
De non-woven laag is van dun materiaal dat aanvoelt als textiel, met dunne, dikke, synthetische of natuurlijke vezels. Non-woven lagen kunnen op verschillende manieren worden geproduceerd en met stukken die een verschillend oppervlak en gewicht hebben. In de TENA- producten wordt meestal gebruikgemaakt van twee soorten non-woven lagen, spunbond of thermobond.
De polyethyleenfolie werkt als een vochtwerende laag in onze producten. De folie kan worden gelamineerd met de non-woven laag en vormt dan de onderlaag van textiel in bepaalde TENA-producten.
De kleefstoffen die worden gebruikt om de bestanddelen aan elkaar te bevestigen worden 'hotmelt' genoemd. Dat is een combinatie van verschillende polymeren en harsen. Wij gebruiken uitsluitend synthetische harsen.
De elastische vezels die worden gebruikt in de TENA-producten zijn gemaakt van polyisopreen of polyurethaan. Beide materialen worden gemaakt van olie of aardgas. Er worden geen vezels van natuurlijke rubber gebruikt in de producten van TENA.
We hebben de TENA-producten zo ontwikkeld dat ze kunnen worden verwerkt met alle bestaande afvalverwerkingsmethoden. Incontinentieverbanden vormen slechts een klein percentage van het totale afval en een gescheiden behandeling voor wegwerpverbanden levert doorgaans geen milieuvoordelen op.
Wereldwijd komt het meeste huishoudelijk afval nog steeds terecht op een vuilstortplaats. Stortplaatsen kunnen broeikasgassen produceren (zoals kooldioxide en methaan), en het is de minst wenselijke methode voor afvalverwerking. Door afval te storten gaan ook veel grondstoffen verloren, omdat de materialen in het afval niet worden hergebruikt of gerecycled. De trend in Europa is om vuilstortplaatsen geleidelijk te gaan verbieden.
Verbranding en terugwinning van energie uit gebruikte producten is ongetwijfeld een betere manier om afval te verwerken. De producten van TENA bestaan doorgaans voor 50% uit fluffpulp, dat een biobrandstof is. Als deze energiebron fossiele brandstoffen kan vervangen levert dat een duidelijk milieuvoordeel op. Onze incontinentieproducten bevatten geen stoffen of materialen die zouden kunnen leiden tot de uitstoot van schadelijke stoffen.
We raden ten zeerste af om gebruikte incontinentieverbanden thuis te composteren, omdat het risico bestaat dat daarbij medische stoffen en schadelijke microben worden verspreid. (In sommige landen is het ook verboden.) Recycling van gebruikte incontinentieproducten door ze industrieel te composteren is niet eenvoudig. Er zouden mogelijk machines moeten worden geïnstalleerd om de plastic bestanddelen eruit te halen, wat leidt tot een hoger energieverbruik. Een alternatief voor composteren is biovergassing. Bij dat proces ontstaat methaan, dat als energiebron kan worden gebruikt.
Er is een discussie ontstaan over de milieu-effecten van wegwerpverbanden vergeleken met herbruikbare luiers. Soms worden de twee specifiek vergeleken op het punt van de afvalproductie. Het milieu-effect moet echter worden beoordeeld over de hele levenscyclus van een product: van het gebruik van grondstoffen, via de productie en het gebruik van het product tot de afvalverwijdering. Als we bij de keuze voor een luier maar één milieucriterium laten meewegen (bijvoorbeeld de vaste afvalstoffen), houden we geen rekening met andere belangrijke factoren, zoals vervuiling van water en lucht of het constante gebruik van energie.
In 2005 werd er in Groot-Brittannië een LCA-rapport gepubliceerd waarin de milieu-effecten van stoffen luiers en wegwerpproducten werden vergeleken. De resultaten gaven aan dat er geen duidelijke winnaar of verliezer was wat het milieu betreft. Beide producten veroorzaken emissies en gebruiken een combinatie van energie, water en grondstoffen. De conclusie van het onderzoek was dat stoffen luiers meer water verbruiken en meer in wateroplosbare emissies produceren dan wegwerpluiers, die op hun beurt meer vast afval produceren en meer grondstoffen verbruiken.
Het antwoord wordt veel duidelijker als we kijken naar de voordelen van wegwerpverbanden voor de patiënten en instellingen. Veel wegwerpproducten hebben een hoog absorptievermogen en een zeer droog oppervlak, wat het risico van huidirritaties bij de patiënt verlaagt. Wegwerpverbanden bestrijden ook geurtjes en beperken de hoeveelheid wasgoed, wat leidt tot lagere loonkosten voor de incontinentiezorg in de instellingen.
Terug