Algemene tips urineverlies

 

Tip 1 – Wees geduldig. De meeste kinderen groeien over bedplassen heen en als het kind jonger is dan 5 jaar hoeft u zich niet ongerust te maken.

Tip 2 - Blijf kalm en geef steun. Onthoud dat kinderen heel ontvankelijk zijn voor ongeduld, ergernis of angst.

Tip 3 – Vertel uw kind dat urineverlies vaak voorkomt. Uw kind kan zich eenzaam voelen en zich er zorgen over maken dat er iets mis is met hem of haar. Vertel uw kind ook dat andere kinderen op school dit ook kunnen hebben, maar er gewoon niet over praten. Het komt gewoon doordat de blaas nog niet naar behoren werkt.

Tip 4 –Door er een verklaring voor te geven, lijken dingen veiliger. Geef uw kind dus een biologieles (eventueel met onderstaande informatie). Aan jongere kinderen kunt u misschien een verhaaltje vertellen. “‘Meneer Blaas moet nog van alles leren en iedereen leren kennen… binnenkort kunnen ze goed met elkaar opschieten en dan gaat het allemaal prima.” Als kinderen zal hun angst en onzekerheid verminderen. Als u meer informatie nodig heeft ga dan naar de rubriek Oorzaken.

Tip 5 – Denk eraan dat uw kind gewoon moet drinken als het dorst heeft. Minder drinken leidt tot een hogere concentratie van de urine; dit kan irritaties en problemen veroorzaken. Geef het kind dus normaal te drinken, behalve -als dat mogelijk is- vóór het naar bed gaan.

Tip 6 – Voor ouders: laat de leerkrachten weten dat uw kind overdag urineverlies heeft, dan kunnen zij het ondersteunen en ervoor zorgen dat het op school zonder problemen naar het toilet kan gaan. Het is ook een goed idee om een reservebroek in de gymtas of schooltas mee te geven.

Tip 7 - Vertel uw kind dat u zelf, of een broertje of zusje, vroeger ook last van urineverlies had. U geeft het kind hoop wanneer het zich realiseert dat anderen dit ook meegemaakt hebben en dat urineverlies maar een tijdelijk probleem is.

Tip 8 - Smoor pesterijtjes van medeleerlingen in de kiem. Kinderen kunnen hard zijn tegen elkaar, vooral als het om bedplassen gaat. Het is dan ook belangrijk dat u uitlegt dat er lichamelijke verschillen zijn tussen mensen: sommige mensen zijn bijziend, sommige hebben allergieën, moedervlekken, enz. 

Tip 9 – Zorg ervoor dat het bedplassen geen bepalende eigenschap wordt. Uw kind kan acteur zijn, kunstenaar, sportman, ontdekker of een deugniet, maar hij of zij mag nooit en te nimmer ‘een bedplasser’ zijn.