Telkens als u eet of drinkt, neemt uw lichaam vocht op. De taak van uw nieren is het filteren van de afvalstoffen uit deze vloeistoffen en het produceren van urine. Die druppelt voordurend vanuit de nieren naar de blaas, die langzaam uitzet. Als de blaas vol is, gaat er een signaal naar de hersenen dat het tijd is om te plassen. Op het toilet geven de hersenen een seintje aan de grote blaasspier, zodat deze samentrekt. Tegelijkertijd ontvangen de ondersteunende spieren (of bekkenbodemspieren) rondom de urinebuis (de afvoerbuis vanuit de blaas) een seintje dat ze moeten ontspannen en de urine lozen.